Genealogie Hollebrandse

Een tijdreis naar je verleden.

Oude namen van (oude)beroepen.


Agriculteur - Landbouwer
Amiral - Admiraal
Arboriculteur - Boomkweker
Arpenteur - Landmeter
Aubergiste - Herbergier

Bailli, Maire - Schout
Basculair - Weegschaalbediende
Batelier - Binnenschipper
Beer reiniger - Riool reiniger
Berger - Schaapherder
Blancheur de toile - Linnenbleker
Blanchisseur - Bleker, witmaker (van stoffen)
Bonne Domestique - Dienstbode
Bottier - Schoenmaker
Boucher - Slager (beenhouwer)
Boulanger - Bakker (brood)
Bourrelier  - Zadelmaker
Boutiquier - Winkelier
Brandevenier - Brandewijnstoker of verkoper
Brasseur - (Bier)brouwer
Briqueteur  - Steenbakker
Bûcheron - Houthakker

Cabaretier(ére) - Herbergier(ster)
Chandelier - Kaarsenmaker
Charbonnier  - Kolenhandelaar
Charcutier - Slager (spekslager)
Charpentier - Timmerman
Charretier, Charroyeur Charron - Wagenmaker
Chaudronnier - Koperslager
Chaufournier  - Kalkbrander
Chef d’escadron  - Ritmeester
Cocher - Koetsier
Coiffeur - Kapper
Colporteur - Marskramer
Commerçant - Koopman
Commerçant - Winkelier
Cordier  - Touwslager
Couturier - Dameskleermaker
Couturière - Naaister
Couvreur en chaume - Rietdekker
Couvreur - Dakdekker
Cuisinière - Keukenmeid
Cultivateur - Landbouwer

Domestique - Dienstknecht

Ébéniste - Meubelmaker
Encadreur - Lijstenmaker
Entrepeneur - Aannemer (van bouwwerken)

Fabricant de sangles, métier accessoire au sellier - Zadelriemenfabrikant
Facteur - Postbode
Femme au foyer - Huisvrouw
Femme de Chambre - Kamenierster
Fermier(ère) - Pachter(ster)
Filleuse - Spinster
Fille de Basse-Cour - Pluimveehoudster
Forgeron, forgeur - Smid

Garde champêtre - Veldwachter
Gouvernante - Vervangster huisvrouw, opvoeding kinderen
Graveur sur bois - Houtsnijder

Homme de barre - Roerganger
Horlogier - Klokkenmaker

Infirmière - Verpleegster
Instituteur  - Onderwijzer

Jardinier - Tuinman, tuinder, hovenier
Journalier - Dagloner
Juge - Rechter
Juré - Gezworene

Laboureur - Boer, ploeger, landbouwer, akkerman
Lingère - Linnennaaister
Lithographe - Steendrukker

Maçon - Metselaar
Maire - Burgemeester
Manouvrier - Dagloner
Marchand  - Koopman
Marchand de Chiffons -  Lompenkoopman
Marchand Quincaillier - IJzerhandelaar
Maréchal des Logis  - Wachtmeester
Maréchal ferrant  - Hoefsmid
Maréchal (de camp) - Veldmaarschalk
Marinier - Schipper
Matelot (batellerie/pêche) - Schippersgast
Ménagère - Huishoudster
Menuisier - Timmerman
Messager courrier huissier (dans une administration, une firme, usine etc.) - Bode
Meunier - Molenaar
Mineur - Mijnwerkster

Néant - Zonder, geen beroep
Négociant - Handelaar
Notaire - Notaris

Orfèvre - Edelsmid
Ouvrier - Arbeider

Panier - Mandenmaker
Particuliér(e) - Rentenier
Patissier - Banketbakker
Paveur - Stratenmaker
Peintre en bâtiments - Huisschilder
Peintre - Schilder
Pépiniériste  - Boomkweker
Peseur - Weger
Professeur - Leraar

Révendeur - Wederverkoper, opkoper

Sabotier - Klompenmaker
Sacristain - Koster
Sage Femme - Vroedvrouw
Savetier - Schoenlapper
Savonnier - Zeepzieder
Scieur de bois - Houtzager
Sculpteur sur bois - Houtsnijder
Sellier - Zadelmaker
Sergent - Sergeant
Serrurier - Slotenmaker
Servante - Dienstmeid

Tailleur - Kleermaker
Tanneur -  Leerlooier
Tapissier - Tapijtwever
Tisserand - Wever
Tonnelier - Kuiper
Tresseur de paille - Strovlechter
Tricoteuse - Breister
Tuillier - Pannenbakker

Valet de ferme - Boerenknecht
Voiturier - Voerman
Voller - Volder